FAQ

Manometers

Heeft de hoogte boven zeeniveau enig effect op het meetresultaat van relatieve drukmeetinstrumenten?

Nee, dit heeft geen gevolgen, omdat het altijd het drukverschil van de omgeving is die wordt gemeten.

Hoe gedraagt het meetsysteem voor model 7 drukveschilmanometers met scheidingsmembranen zich buiten de volledige schaalwaarde?

De plus- of minzijdige overdrukbeveiliging wordt tot de maximale werkdruk (PN40, PN100, PN250, PN400) verkregen door de metallic meetelementsteunvlakopstelling. Drukken binnen het toegestane overbelastingsbereik laten geen blijvende schade na bij het meetsysteem.

Hoe laag is de temperatuur van het medium dat in het cryogene vat is opgeslagen wanneer het de manometer bereikt?

Een cryogas is een gas dat gasvormig is bij omgevingstemperatuur en -druk en vloeibaar wordt omdat het afkoelt en samenperst. Door het afkoelen en inkrimpen kan het volume van het gas beperkt worden en dus is het mogelijk een enorme hoeveelheid in een vat te bewaren.

Typische vloeibare gassen die in gesloten vaten worden opgeslagen zijn stikstof, zuurstof, argon, koolstofdioxide, vloeibaar aardgas (LNG) en stikstofoxide.

Het volgende schema toont het kookpunt van deze gassen bij omgevingstemperatuur en bij 20 bar in het vat:

  omgevingsdruk  20 bar
stikstof -196°C -157°C
zuurstof -183°C -140°C
argon -186°C -143°C
kooldioxide niet vloeibaar -19°C
vloeibaar aardgas  -162°C -107°C
stikstofoxide -88°C -16°C

De laagste temperatuur voor vloeibare technische gassen in een vat is -196°C van de vloeibare fase van stikstof, indien er ongeveer 1 bar in het vat zit. Als de temperatuur van het vloeibare gas in het vat toeneemt, neemt de druk in het vat eveneens toe.

Een vat voor vloeibare gassen bestaat altijd uit twee vaten: een binnenvat en een buitenvat. Er is een vacuüm tussen de vaten dat verbonden is door stalen stangen. Het vacuüm isoleert het binnenvat van de buitentemperatuur om ervoor te zorgen dat de temperatuur van het medium in het vat minder beïnvloed wordt door de omgevingstemperatuur.

Er zijn twee pijpleidingen die het binnenvat met de manometer verbinden die zich op de buitenkant van het vat bevindt. De ene verbindt het bovenste gedeelte van het vat (gasvormige fase) met de manometer en de andere verbindt het onderste gedeelte van het vat (vloeibare fase) met de manometer. Zodra het gas in de pijpleiding het buitenvat verlaat, oftewel het geïsoleerde gebied, wordt het gasvormig.

Binnenin de pijpleiding bereikt het medium de omgevingstemperatuur voordat het de manometer bereikt. Daardoor is de laagste mediumtemperatuur in de pijpleiding buiten het vat de omgevingstemperatuur. Voor onze Cryo-manometers is -40 °C de laagst toegestane omgevingstemperatuur. Het medium is altijd gasvormig als het de manometer bereikt.

Waarvoor zijn de kleine gele hendeltjes op de behuizing van de manometer?

Manometers voor drukbereiken onder 363 psi (25 bar) hebben over het algemeen een vulplug met kleine hendeltjes. Deze gele hendeltjes zijn bij aflevering gesloten, en moeten bij het aanbrengen geopend zijn om te voorkomen dat zich in de behuizing druk opbouwt. Deze druk in de behuizing leidt tot ontoelaatbaar hoge nauwkeurigheidsafwijkingen voor het meetinstrument.

Wat kan ik doen als de mediumtemperatuur met gevulde manometers meer dan 100 °C is?

U kunt een manometersifon, een scheidingsmembraan of een capillaire leiding als extra koelelement gebruiken om de mediumtemperatuur te verlagen.

Wat gebeurt er als een model 7 drukverschilmanometer met scheidingsmembranen van elastomeer onder de omgevingstemperatuur die in het data sheet vermeld staat wordt gebruikt?

Onder de toegestane omgevingstemperaturen wordt de nauwkeurigheid aanzienlijk negatief beïnvloed, omdat het membraan (dat van FPM / FKM of NBR is gemaakt) bij lage temperaturen stijf wordt.

Wat is de nauwkeurigheidsklasse?

De Nauwkeurigheidsklasse geeft de foutlimieten weer in een percentage van het meetbereik.

Wat is het verschil tussen een standaard manometer en een veilige uitvoering?

Een veilige uitvoering (code S3 conform EN837) heeft een extra solide brandplaat gelast tussen de wijzerplaat en het meetsysteem. Tevens beschikt de behuizing over een achterwand die volledig uit kan blazen. Het venster is normaal gesproken gemaakt van gelamineerd veiligheidsglas. Wanneer zich druk opbouwt in de behuizing (bijv. een scheur in de Bourdonbuis), wordt deze druk volledig door de achterwand geblazen, die dan door de druk van de behuizing wordt geworpen. Er kan geen druk door het venster vrijkomen, dus het personeel kan niet door rondvliegende glassplinters worden verwond. Bij WIKA zijn deze instrumenten op de wijzerplaat speciaal met een "S" in de cirkel gemarkeerd.

Wat is de functie van een 4- of 5-weg ventielblok?

Door deze drukvereffeningsventielen (met ingebouwde afsluit-, spoel- en ontluchtingsventielen) kan de manometer aan een of beide kanten worden ontlucht en de toevoerleiding gespoeld.

Wat is de functie van een enkel ventielblok?

Met upstream drukvereffeningsventielen is het mogelijk uniforme drukbelasting te krijgen van de plus- en minzijde, om enkelzijdige ovedrukbelasting tijdens het opstarten en de werking te voorkomen en nulpuntcontroles tijdens de werking mogelijk te maken.

Wat is de functie van een 3-weg ventielblok?

Met upstream drukvereffeningsventielen is het mogelijk uniforme drukbelasting te krijgen van de plus- en minzijde, om enkelzijdige ovedrukbelasting tijdens het opstarten en de werking te voorkomen en nulpuntcontroles tijdens de werking mogelijk te maken.

Wanneer moet er een CE-keurmerk op de wijzerplaat staan?

Wanneer het meetinstrument binnen de scope van de drukapparatuurrichtlijn (PED; 2900 psi / 200 bar), EMC-richtlijn (bijv. intelliGAUGE) of de laagspanningsrichtlijn (bijv. 821 of 851 contacten) valt.

Wanneer dient een restrictor te worden gebruikt?

Voor drukpieken of plotseling optredende drukbelasting en -ontlasting.

Welke instrumenten zijn geschikt voor vloeistoffen met kleine meetbereiken?

Manometers met scheidingsmembraan tot 0,23 psi (16 mbar) zijn geschikt voor vloeistoffen (door zelflozing van de drukkamer).

Waarom zijn de modellen 736.11 en 736.51 niet algemeen geschikt voor agressieve media?

De lage druk (minzijde) dringt de displaybehuizing binnen en maakt dus wijzerplaat (Al), wijzer (Al), venster e.d. nat. Alleen de pluszijde, die bestaat uit de binnenkant van de doosveermanometer, is gemaakt van roestvrij staal en dus bestand tegen agressieve media.

Waarom kunnen sommige manometers alleen tot een omgevingstemperatuur van 60 °C worden gebruikt?

Als het venster van de manometer van veiligheidsglas gemaakt is, kan het slechts tot een omgevingstemperatuur van 60 °C worden gebruikt. Het veiligheidsglas is gemaakt van twee glazen schijven. Deze glazen schijven zijn met behulp van een folie tegen elkaar geplakt. Zodra de temperatuur boven de 60 °C komt, komen er luchtbellen in het folie. Als gevolg hiervan kan de schaal niet langer betrouwbaar worden afgelezen.

Waarom bestaan er gevulde manometers?

De vulvloeistof dient als demping voor de bewegende delen in de behuizing. Hierdoor kan schade door trillingen en verhoogde slijtage van de bewegende delen worden voorkomen.

Waarom mag het drukverschil in model 7 verschildrukmanometes met Bourdonbuizen niet lager zijn dan 1/6 van de volledige schaalwaarde?

Voor verschildrukmanometers model 7 is de statische druk hetzelfde als de volledige schaalwaarde over 270 graden rotatie. Met een verwacht drukverschil van 15 psi (1 bar) bij een statische druk van 145 psi (10 bar) zouden de twee wijzers slechts op een afstand van ongeveer 27 graden van elkaar gescheiden worden. Daarom, om ervoor te zorgen dat de leesbaarheid nog steeds acceptabel is, dient het drukverschil niet minder te zijn dan 1/6 van de volledige schaalwaarde (ca. 45 graden).

Wat zijn mechatronische meetinstrumenten?

Waar elektronische componenten of assemblages in mechanische meetinstrumenten zijn ingebouwd Er is dus lokaal een puur mechanisch display dat een extra elektrisch outputsignaal geeft of een schakelfunctie biedt. Het voordeel van dergelijke instrumenten is dat, mocht de voedingsspanning of het meetsignaal ontregeld of onderbroken worden, de meetwaarde nog steeds betrouwbaar lokaal kan worden afgelezen.

Wat betekenen de afkortingen PGT en PGS?

Model PGT (Pressure Gauge Transmitter) instrumenten zijn mechatronische drukmeetinstrumenten die de druk weergeven zonder externe voeding nodig te hebben, en tegelijkertijd een elektronisch outputsignaal genereren. Model PGS (Pressure Gauge Switch) instrumenten zijn mechatronische drukmeetinstrumenten die de druk weergeven zonder externe voeding nodig te hebben, en tegelijkertijd een elektronisch schakelfunctie bieden.

Wat is een wisselcontact?

Zodra het ingestelde punt is overschreden, wordt gelijktijdig een circuit gemaakt (NC) en een ander circuit verbroken (NO). Wisselcontacten worden aangegeven door het cijfer 3 (SPDT).

Wat is een magnetisch snap-action contact (model 821)?

Het magnetische snap-action contact is een mechanisch fysisch contact voor schakellasten tot 30W 50VA. De signaaloutput wordt bewerkstelligd voor- of nadat de wijzer van de actuele waarde wordt verplaatst  Om het circuit te verbreken wordt de contactpin van de beweegbare contactarm, net voordat het instelpunt is bereikt, aangetrokken door een permanente magneet die op de draagarm is bevestigd. Door de houdkracht van de magneet zijn magnetische snap-action contacten immuun voor trillingen. Om het circuit te maken houdt de magneet de contactarm aangetrokken totdat de herstellende kracht van het meetelement de kracht van de magneet overtreft en het contact open springt.

Wat is een Reed-contact (model 851)? 

Reed-contacten worden vaak gebruikt om kleine voltages en stromen te schakelen, omdat hun hermetisch afgedichte ontwerp, in combinatie met contacten in inert gas niet kan roesten op de contactoppervlakken. Hun hoge betrouwbaarheid en lage resistentie maken hen geschikt voor een groot aantal toepassingen. Ze omvatten PLC-toepassingen, signaalconversie in meetinstrumenten, signaalverlichting, akoestische signaaltransmitters en nog veel meer.

Wat is een elektronisch contact (model 830.E)?

Elektrische contacten zijn uitgerust met contactloze gleufsensoren. Ze zijn vooral geschikt voor met olie gevulde meetinstrumenten en dienen bij voorkeur voor laagspanningen en kleine gelijkspanningslasten zoals voor de signaalinput voor een PLC (programmable logic controller).

Wat is een inductief contact (model 831)? 

Inductieve limietschakelaars in meetinstrumenten met een wijzer zijn conform EN 50227 uitgerust met contactloze elektrische afstandssensoren (nabijheidssensoren. Het outputsignaal wordt bepaald door de aanwezigheid of afwezigheid van een markering, in beweging gezet door de werkelijke waardewijzer binnen het bereik van het elektromagnetische veld van de nabijheidsschakelaar. Ze worden voornamelijk in gevaarlijke gebieden ingezet.

Wat is een isolerende versterker?

De isolerende versterker draagt digitale signalen over vanuit het gevaarlijke gebied. De signaaltransmitters kunnen sensoren conform DIN 19234 (NAMUR) of mechanische contacten zijn. De input wordt betrouwbaar geïsoleerd van de output en de voedingsspanning conform DIN EN 50020. De output en de voedingsspanning worden betrouwbaar van elkaar geïsoleerd conform DIN EN 50178.

Wat is ATEX?

ATEX is een zeer bekend synoniem voor de explosiebeveiligingsrichtlijnen van de Europese Unie is afgeleid van de Franse afkorting voor ATmosphères EXplosibles. Er zijn momenteel twee richtlijnen op het gebied van explosiebeveiliging, te weten de ATEX productrichtlijn, 2014/34/EU, en de ATEX werkplekrichtlijn, 1999/92/EC.

Wat wordt bedoeld met schakelfunctie?

Met schakelfunctie bedoelen we het maken of verbreken van een elektrisch circuit. Normaal gesloten contacten (NC, aangegeven door een 2) onderbreken een circuit bij toenemende druk (met de klok mee); normaal geopende contacten (NO, aangegeven door een 1) verbreken een circuit bij toenemende druk (met de klok mee).

Welke norm reguleert manometers met schakelcontacten?

Schuif- en magnetische snap-action contacten aangebracht in manometers en thermometers met een behuizing met een diameter van 100 en 160 mm worden geregeld door DIN 16085.